Een verzakking? Blijf bewegen met vertrouwen!

Een zwaar gevoel onderaan je buik, het gevoel dat er iets ‘naar beneden zakt’ of ongemak tijdens het sporten? Het zijn klachten waar veel vrouwen mee te maken krijgen, maar waar nog te weinig over gesproken wordt.

Een verzakking, ook wel prolaps genoemd, kan onzekerheid met zich meebrengen. Mag ik nog sporten? Kan ik mijn kinderen blijven optillen? En moet ik hier gewoon mee leren leven?

Het goede nieuws? Een verzakking betekent niet dat je moet stoppen met de dingen die je graag doet! Met de juiste kennis, begeleiding en een aanpak op maat kan je vaak heel wat klachten verminderen.

In deze blog leggen we uit wat een verzakking precies is, welke klachten je kan ervaren en hoe je zelf je bekkenbodem kan ondersteunen. Want bewegen mag, en vertrouwen in je lichaam is minstens zo belangrijk!

Wat gebeurt er bij een verzakking?

Je blaas, baarmoeder en darm worden ondersteund door bindweefsel, ligamenten en je bekkenbodemspieren. Wanneer deze ondersteuning onvoldoende is, kan een orgaan naar beneden zakken en tegen de vaginawand drukken. Soms ontstaat er zelfs een uitstulping tot aan of buiten de vaginale opening. Dit noemen we een verzakking of prolaps.

Mogelijke klachten zijn een zwaar of drukkend gevoel, een balgevoel in de vagina, problemen bij het plassen of de stoelgang, of ongemak tijdens het vrijen. Niet iedereen ervaart evenveel en dezelfde klachten.

Mogelijke oorzaken of risicofactoren voor het ontstaan van een verzakking zijn zwangerschap en bevalling, ouder worden, hormonale veranderingen, erfelijke aanleg, overgewicht en chronische constipatie. Ook langdurig hoesten en herhaaldelijk zwaar tillen (op een ongecontroleerde manier) kunnen een rol spelen bij de belasting van de bekkenbodem. De invloed van tillen en sporten verschilt echter per persoon.

Een verzakking hoef je niet zomaar te aanvaarden omdat je ouder wordt of kinderen hebt gekregen. Met de juiste begeleiding kan je vaak je klachten verminderen en je levenskwaliteit verbeteren. De mate waarin de klachten en de verzakking veranderen, verschilt van persoon tot persoon.

Verzakking en prolaps

Waarom is een individuele aanpak zo belangrijk

Niet elke bekkenbodem werkt hetzelfde. Sommige hebben bijvoorbeeld onvoldoende kracht, terwijl andere juist te veel spanning vasthouden. Omdat beide een andere aanpak vragen, starten we met een grondig, individueel onderzoek. Omdat niet iedereen dezelfde klachten ervaart, wordt de behandeling niet alleen bepaald door de verzakkingsgraad, maar ook door de klachten en hun impact op het dagelijks leven.. Zo bepalen we wat jouw bekkenbodem nodig heeft: kracht, ontspanning, coördinatie of aangepaste gewoonten.

6 tips om je bekkenbodem te ondersteunen

  • Leer je bekkenbodem kennen. Een goede werking vraagt kracht, ontspanning en coördinatie.

  • Adem uit bij tillen en heffen. Leer je bekkenbodem, ademhaling en rompspieren (core) goed coördineren zodat je zonder zorgen kan blijven tillen, heffen, sporten en bewegen.

  • Neem een goede toilethouding aan. Vermijd hard persen, ga ontspannen op het toilet zitten en gebruik eventueel een voetenbankje. Daarnaast is voldoende drinken, vezelrijk eten en regelmatig bewegen belangrijk om constipatie te helpen voorkomen.

  • Blijf bewegen en train op maat. Krachttraining en bewegen zijn belangrijk voor je algemene gezondheid. Bouw de belasting geleidelijk op en pas deze aan aan je huidige klachten. Zoek begeleiding bij aanhoudende of toenemende klachten.

  • Ondersteun je bekkenbodem bij hoesten en niezen. Een korte aanspanning van je bekkenbodem vlak vóór het hoesten of niezen kan helpen.

  • Zoek tijdig begeleiding. Bespreek je klachten met je arts of maak een afspraak bij een bekkenbodemtherapeut.

Je hoeft er niet alleen mee te blijven rondlopen

Bekkenbodemklachten komen vaker voor dan je denkt en er zijn verschillende behandelmogelijkheden voor. Daarom onderzoeken we wat jij nodig hebt en bepalen we samen een aanpak op maat. Zo kan je met meer vertrouwen blijven bewegen en je dagelijkse activiteiten uitvoeren.

Door Ines.

Bronnen: Li et al (2016), Forner et al (2020), Bø et al (2023), Cong et al (2026).

Volgende
Volgende

PCOS wordt PMOS: meer dan zomaar een nieuwe naam.